The wartime girls.

Vrouwen in de Tweede Wereldoorlog

-War Art

Er waren kunstenaars, die zich geroepen voelden om door middel van hun kunst de oorlog vast te leggen voor het nageslacht. Het lijden dat de oorlog met zich meebracht, werden door veel kunstenaars uitgebeeld. Het meest bekende voorbeeld is het doek Guernica van Pablo Picasso. Dit schilderij geeft op artistieke wijze een impressie van de verwoesting door het Duitse en Italiaanse bombardement in 1937. Voor de geschiedenis zijn de vele tekeningen en schilderijen minstens zo belangrijk als de fotografie. De kunstenaars waren in staat om de oorlogssfeer zodanig te treffen, die voor de cameralens doorgaans verborgen bleef. De lens is immers alleen een registratiemiddel. Maar schilders, tekenaars en beeldhouwers konden aan hun werk een persoonlijke toets meegeven om de oorlogshandeling meer drama mee te geven. Allerlei facetten van de oorlog kwamen tot leven door de kunstenaarshanden, zowel de handelingen van vriend als vijand en zowel van burger als van militair.

Guernica by Pablo Picasso

Guernica by Pablo Picasso

Met name Engeland kende vele officiële oorlogskunstenaars. Eind jaren ’30 heerste er grote armoede in Europa en was grote werkeloosheid. Ook onder de kunstenaars was de nood hoog. Ruim 9.000 kunstenaars waren hun baan kwijt en dit waren alleen nog maar de schilders en beeldhouwers in vaste dienst. De industriële designers en de ontwerpers van juwelen waren niet eens meegerekend. De freelancers hadden het nog moeilijker, zij kregen geen opdrachten meer. Een deel van de kunstenaars was ook leraar. Als tekenleraar op scholen probeerden deze kunstenaars nog een tijdje enig inkomen te verdienen. Met het uitbreken van de oorlog kwam het WAAC in beeld als potentiële nieuwe opdrachtgever. Het WAAC- War Artists’Advisory Committee was een afdeling van het Ministerie van Informatie en die zocht kunstenaars om hun versie van de oorlog vast te leggen voor de latere generaties. Dit werk betekende dat ze zich konden inzetten voor het landsbelang en dat schiep een verbondenheid met de rest van de samenleving tegen de vijand. Velen grepen hun kans en lieten zich registreren als oorlogskunstenaar of accepteerden de opdracht als ze persoonlijk werden benaderd door het WAAC. Wanneer ze officieel benoemd waren door o.a. het WAAC, werd hun kunst ook gekocht door dit instituut, maar ook door andere overheidsinstanties, zoals the National Gallery en het Victoria and Albert Museum.

Army Tailor and ATS Tailoress by Evelyn Dunbar (1943)

Army Tailor and ATS Tailoress by Evelyn Dunbar (1943)

Maar hoewel het WAAC opgericht was voor alle kunstenaars, had ook dit orgaan geen hoge dunk van vrouwen. Men ging van de veronderstelling uit dat vrouwen weinig interesse hadden in de oorlog. Van de meer dan 400 kunstenaars, die opdrachten kregen als oorlogskunstenaar, waren niet meer dan 52 vrouwen. Echter, de status van officiële oorlogskunstenaar kregen ze niet. De Engelse kunstenares Evelyn Dunbar (1906 – 1960) was de enige uitzondering op de strenge regel. Zij werd door het WAAC aangewezen als officiële oorlogskunstenares en ontving ook salaris. Ze kreeg de taak om schilderijen te maken van de oorlogsbijdragen van de burgers, zoals onder meer Women’s Land Army– een organisatie van vrouwen, die te werk werden gesteld op het boerenland wegens te kort aan mannen door de oorlog.

 

Dunbar was zowel schilderes op doek als van muurdecoraties. Ze had een opleiding in de kunst o.a. aan de Royal College of Art.

 

Voor de andere vrouwelijke kunstenaars golden precies dezelfde regels als voor de fotojournalisten:
– ze kregen per opdracht beduidend minder betaald dan de mannen;
-ze kregen minder publiciteit voor hun werk;
-en vanwege hun beperkte interesse, mochten alleen de mannen dicht bij het front werken.

De vrouwelijke collega’s kregen daarom de opdracht zich veel meer te richten op de sociale, industriële thema’s, waarvan vrouwen deel uit maakten en op de persoonlijke geschiedenissen van moeders en kinderen, die het slachtoffer waren van de oorlog. Maar het maken van dergelijke portretten gaf niet veel voldoening, vrouwelijke kunstenaars wilden ook andere interessante onderwerpen op canvas of tekenpapier vastleggen. Dat kon maar op één manier: door undercover te gaan. Dat deden ze in wapenfabrieken of door zich aan te melden als verpleegsters. Het werk dat zij hierdoor konden vervaardigen, begon waardering te krijgen en langzaam maar zeker werden de vrouwelijke kunstenaars meer ruimte gegeven. Hoewel officiële erkenning nog steeds uitbleef, konden vrouwen nu wel schilderijen maken van werkplaatsen, die tot dan toe alleen bestemd waren voor mannelijke werknemers. Bij de bevrijding mochten de vrouwelijke kunstenaars ook de toestand in de concentratiekampen op het canvas weergeven. Een aantal vrouwen mochten aanwezig zijn bij de processen in Neurenberg en zij deden op fraaie kunstzinnige wijze verslag van de rechtbankzittingen. Een vrouw, die met haar tekeningen bekendheid verwierf, was Laura Knight.