The wartime girls.

Vrouwen in de Tweede Wereldoorlog

Journalistiek

De oorlogscorrespondenten

“De oorlog heeft vrouwen een kans gegeven om te laten zien waartoe zij in staat zijn in de wereld van het nieuws en zij hebben het goed gedaan,” sprak May Craig vol trots over haar vrouwelijke collega’s….

Female World War II-correspondents

Female World War II-correspondents

Journalist Elizabeth May Craig

Journalist Elizabeth May Craig

De Amerikaanse Elisabeth May Adams Craig (1889-1975) was één van de vele vrouwelijke journalisten die – zodra ze maar even konden- de belangrijkste regel die door het militaire gezag was ingesteld, overtraden om aan belangrijk nieuws te komen. Adams Craig werkte voor haar landgenoot Guy Ganett, die een aantal kranten onder zijn beheer had en zij werd zijn Washington- correspondente voor de Portland Press Herald. Haar ambitie om het laatste nieuws te verkrijgen, bracht haar regelmatig in conflict met haar mannelijke collega’s en niet alleen met hen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen ze gestationeerd was in Europa, kreeg ze het regelmatig aan de stok met militaire bevelhebbers, omdat ze mee wilde naar het front. Niet altijd, maar toch dikwijls kreeg ze haar zin en dat bracht haar op interessante plaatsen. Plaatsen waar het nieuws zich afspeelde. Zo slaagde zij er onder meer in om als ooggetuige verslag te doen van de aanvallen met de V1- en V2- raketten op Londen; was ze aanwezig bij de slag in Normandië en ook bij de bevrijding van Parijs. In de jaren 50 zou ze ook de oorlog in Korea verslaan.

Het waren de vrouwelijke journalisten die het verslaan van de oorlog een andere invulling zouden geven. Legden de mannelijke journalisten voornamelijk de nadruk op de slagvelden met de bijbehorende militaire strategieën en wapens, de vrouwen daarentegen hadden veel meer oog voor de menselijke aspecten. Ze voelden zich betrokken bij hun onderwerpen, wanneer zij verslag deden vanuit ziekenhuizen dicht bij het front, maar ook bij burgers thuis, want in tegenstelling tot bij de mannelijke journalisten stonden bij de vrouwen niet alleen de soldaten centraal. Vrouwelijke correspondenten waren afkomstig uit Engeland, Australië en Amerika en ze versloegen de oorlog vanuit heel Europa. Amerika telde de meeste vrouwelijke journalisten. Circa 127 waren actief in de journalistiek, hetzij als schrijvend journalist, hetzij als fotograaf. Dankzij journalisten als Thérèse Bonney, die gegrepen was door het oorlogsleed van kinderen en Martha Gellhorn, die verslag deed van de bevrijding van de concentratiekampen, kreeg de oorlogsjournalistiek uiteindelijk de vorm die het vandaag de dag heeft. Deze vrouwelijke reporters werden zelfs een bron van inspiratie voor diverse mannelijke journalisten. Maar dat ging niet zo eenvoudig.

Het begin

Na een vrij bescheiden rol in de Eerste Wereldoorlog, nam door de invoering van het vrouwenkiesrecht in 1920 het aantal vrouwelijke journalisten in alle Amerikaanse staten in eerste instantie toe. Doch door de Grote Depressie dwong de snel toenemende werkeloosheid de vrouwen hun journalistieke carrière op te geven ten gunste van de mannelijke collega’s. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zorgde er voor dat de inzet van vrouwelijke correspondenten aanzienlijk werd uitgebreid. Al bleef hun aantal nog steeds ver achter bij hun mannelijke collega’s. Veel vrouwelijke journalisten kregen de kans om oorlogscorrespondent te worden, omdat ze hadden deelgenomen aan de persconferenties bij de First Lady van het Witte Huis, Eleanor Roosevelt. Vanaf het moment dat Franklin Delano Roosevelt president werd, nam Eleanor zich voor een wekelijkse persconferentie te houden, waartoe ze alleen vrouwelijke journalisten uitnodigde. Ze wilde met deze daad vrouwen aanmoedigen om zich meer te profileren en dat lukte. In 1942 kwam uit deze persconferenties zelfs de Eleanor Roosevelt’s Press Conference Association voort. Dat betekende overigens niet dat vrouwen dezelfde rechten kregen als mannen. Zo beschikten veel vrouwen niet over een kantoor en kregen ze geen salaris. Besloten werd daarom om eigen beroepsverenigingen op te richten, zoals de Women’s National Press Club. Elizabeth May Adams Craig was een vooraanstaand lid van deze club, die de vrouwelijke journalisten in hun ontwikkelingen ondersteunde.

Oorlogsreporters vormden sowieso al een aparte groep op het strijdtoneel. Ze waren de burgers in uniform, want ze droegen geen wapens, omdat dit een verordening was in het Verdrag van Geneve. Ze kregen toestemming om de ervaringen van de gewapende soldaten te verslaan voor het thuisfront, maar liepen daarbij evenveel risico als de strijdende manschappen. Dat was de prijs die ze bereid waren te betalen om de wereld deelgenoot te maken van de oorlogshandelingen. Van oudsher was oorlogscorrespondent daarom een beroep dat door mannen werd uitgevoerd. Het ontstaan van oorlogsverslaggeving gaat ver terug in de tijd. De eerste verslagschrijver was Thucydides, de Atheense legeraanvoerder uit de 5de eeuw v. Chr., die ten strijde trok in de Peloponnesische Oorlog. Hij deed verslag van de strijd tussen de oude stadstaten Athene en Sparta, de twee grootmachten van het Griekenland van die tijd. Sindsdien zijn er diverse oorlogen en veldslagen beschreven en altijd door mannen. Het tij begon te keren in de 19de eeuw, doordat vrouwen in toenemender mate een hogere opleiding gingen volgen. Betere educatie bood vrouwen ook de kans om zich op het journalistieke pad te begeven, niettemin bleef het aantal vrouwen dat in de 18de en 19de eeuw actief was als journaliste behoorlijk gering. De meeste van hen kwamen voort uit de bewegingen die streden voor de rechten van de vrouw, zoals de suffragettes, een beweging die ontstaan was in 1903. Vooral in Amerika waren zij actief in het werven van vrouwen voor de beroepen die tot dan toe alleen door mannen beoefend werden, zoals journalist. Vrouwen als de criticus en activiste Margaret Fuller (1810-1850) en niet te vergeten Henriette Eleanor “Peggy”Hull (1889-1967)durfden nog verder te gaan dan alleen verslaggever te zijn en werden oorlogscorrespondenten. Fuller versloeg de Italiaanse revolutie in 1848 en Peggy Hull was zelfs verslaggeefster bij twee oorlogen, namelijk de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

Margaret Fuller

Margaret Fuller

Peggy Hull

Peggy Hull

Al werden vrouwen als journalist dan mondjesmaat geaccepteerd in tijden van oorlog, toch kregen ze zware restricties opgelegd door het militaire gezag. Vrouwen mochten niet aan het front en mochten niet meerijden of vliegen met militair materieel. Aangezien de kwaliteiten van vrouwelijke journalisten beduidend minder hoog ingeschat werden dan die van de mannelijke collega’s, kregen ze ook minder uitdagende onderwerpen toebedeeld. Maar dat weerhield de vrouwen er niet van om werk af te leveren van extreem hoge kwaliteit. Zelfs als daarvoor grote risico’s genomen moesten worden. De vrouwelijke journalisten beschikten namelijk over twee hele sterke eigenschappen: passie en nieuwsgierigheid. Deze karaktertrekken stelden de vrouwen in staat om precies die verhalen te ontdekken, die maar weinig mannen wilden vertellen. Ze stimuleerden de vrouwelijke correspondenten om creatief te zijn in het omzeilen van de aan hen opgelegde beperkingen, zodat ze toch terecht kwamen op de meest interessante maar vaak ook de meest gevaarlijkste plekken waar het echte nieuws te vinden was.

De Tweede Wereldoorlog

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog schiep voor veel vrouwelijke journalisten in de Verenigde Staten ineens nieuwe professionele mogelijkheden. Het Verdrag van Versailles –het Vredesverdrag op het einde van de Eerste Wereldoorlog – en de naleving ervan waren al geliefde onderwerpen bij de vrouwen, evenals de opkomst van Hitler. De ontwikkelingen op het wereldtoneel gingen immers snel en die leverden interessant nieuws op. Maar nu konden de aankomende oorlogscorrespondentes een stuk dichterbij de feitelijke bron van het wereldnieuws komen en niet alleen op gebied van de schrijvende pers, maar ook als fotografen of radiomedewerksters. Die mogelijkheid ontstond omdat de mannelijke beroepsbevolking opgeroepen werd om hun dienstplicht te vervullen. Vrouwen konden nu hun banen overnemen en vervolgens het thuisfront op de hoogte houden van alle oorlogsverwikkelingen. Artikelen en fotoreportages begonnen van hun hand te verschijnen en er werden talrijke radio-uitzendingen aan de oorlog gewijd. Er waren ook vrouwelijke journalisten, die de uitdaging niet uit de weg gingen om aan het front te werken, zowel in Europa als in de Pacific. Verscheidene vrouwen wisten snel naam te vergaren als goede oorlogsjournalisten.

Aangezien de Amerikaanse oorlogsjournalisten ingedeeld werden bij de militaire troepen, het zogeheten “embedded”, vond het Amerikaanse leger het tijd worden om een systeem te ontwikkelen van regels, waaraan de correspondenten zich moesten houden. De verslaggevers kregen de status van ere-officier, wat inhield dat ze vrijwillige en onbetaalde officieren waren. Dat betekende dat ze ook aan de eisen voor het officierschap moesten voldoen. Behalve dat ze zich vrijwillig moesten aanmelden, was goede fysieke conditie een ander vereiste. Ze mochten eten in de mess, de militaire eetgelegenheid, en net als bij de gewone officieren, moesten ze zelf hun uniform kopen. De zogeheten “pinks and greens” van de officieren zagen er ogenschijnlijk hetzelfde eruit als de uniformen van de correspondenten, een olijfgroenkleurig jasje met gouden knopen en broek plus een extra taupe-achtige broek voor speciale gelegenheden. Alleen bevonden zich op de plaats van de militaire rangonderscheidingstekens op de kraag en op de schouders een insigne om aan te geven dat zij correspondenten waren. In bepaalde gevallen kwam er nog een groene band met de letter C bij. Bij de marine waren de “C” en het anker de insignes op de kraag.

Women correspondents accredited by the US Army: Mary Welsh, Dixie Tighe, Kathleen Harriman, Helen Kirkpatrick, Lee Miller, and Tania Long

Women correspondents accredited by the US Army: Mary Welsh, Dixie Tighe, Kathleen Harriman, Helen Kirkpatrick, Lee Miller, and Tania Long

Ook de Amerikaanse vrouwelijke correspondenten droegen uniform, bestaande uit een colbert, een pantalon voor dagelijks gebruik en een rok voor de officiële gelegenheden. Het uiterlijk van het uniform was gelijk aan de dracht van de vrouwen van het Women’s Army Corps (WAC), alleen met bijbehorende insignes voor de correspondenten. De zeer bekende fotografe en journaliste Margaret Bourke-White was de eerste vrouwelijke correspondente, die dit uniform kreeg aangemeten. Hoewel ze geen militairen waren, maar burgers, vielen correspondenten wel onder het militaire rechtssysteem. Ze konden ook–indien nodig –gearresteerd worden en voor de krijgsraad geleid worden.

De journalisten konden kiezen waar ze heen wilden, maar de definitieve locatie werd uiteindelijk vastgesteld door de regering. Meestal werkten de correspondenten zelfstandig, zelden waren ze in groepen actief. Vaak hadden ze een andere taak ernaast en waren ze behalve schrijvend journalist ook fotograaf of omgekeerd. Van het Amerikaanse departement van Oorlog kregen 127 vrouwen toestemming om verslag te mogen doen vanuit de oorlogsgebieden, maar volledige erkenning bleef uit. In tegenstelling tot hun mannelijke collega’s mochten ze niet deelnemen aan persbijeenkomsten en mochten ze niet naar de frontlinies. Ze moesten daar blijven waar de militaire verpleegsters zich bevonden, dichterbij het front was niet mogelijk. Niet dat de vrouwelijke journalisten zich door dit verbod lieten tegenhouden, maar dat leidde wel weer tot een nieuw probleem, want voor vrouwen was het verboden om plaats te nemen in een militair voertuig of vliegtuig. De correspondenten, zowel de mannen als vrouwen, beschikten sowieso niet over een eigen vervoersmiddel. Als zij zich wilden verplaatsen, waren ze afhankelijk van de transportmiddelen van de unit waarbij ze ingedeeld waren. Er zat dan niets anders op dan iedere keer bedelen of ze mee mochten rijden. Bij weigering bleven er twee alternatieven over: een wagen lenen of anders er één stelen. Om als vrouwelijke journalist toch op de belangrijkste plekken waar het nieuws was, te komen, was inventiviteit een bijna onmisbare eigenschap, zoals het volgende verhaal van Martha Gellhorn getuigt.

Martha Gellhorn aan het front bij Monte Cassino-Italië

Martha Gellhorn aan het front bij Monte Cassino-Italië

Toen de landing in Normandië op D-Day dichterbij kwam, wilde ook Martha Gellhorn er ook bij zijn. Maar omdat ze vrouw was, werd haar toestemming geweigerd om met het militair materieel mee te gaan. In de haven van Londen zag ze een schitterend alternatief: een wit hospitaalschip lag daar aangemeerd. Zijn bestemming was eveneens de kust van Normandië, waar het ingezet zou worden om de gewonden op te vangen en te verzorgen. Voor Gellhorn de ideale manier om alsnog haar plan te kunnen verwezenlijken. Ze wilde net aan boord gaan, maar werd opgemerkt door de militaire politie. Op de vraag wat ze daar deed, verklaarde ze dat ze journaliste was en graag de verpleegsters aan boord wilde interviewen. De MP zag geen reden tot argwaan en verleende haar toestemming. Eenmaal op het schip zocht Gellhorn een schuilplaats in een badkamer tot ze op open zee was. Toen kwam ze weer tevoorschijn en bood ze verpleegsters en artsen een helpende hand bij het verzorgen van de gewonden. Deze brutale illegale actie leidde er wel toe dat ze haar reispapieren en voedselbonnen kwijtraakte, die werden meteen in beslag genomen door de militaire leiding, maar dat deerde haar niet. Ze was daar waar geschiedenis geschreven werd…

Dit in tegenstelling tot de Engelse vrouwelijke journalisten. Om de D-Day landingen te laten verslaan, verkregen 558 journalisten, radioverslaggevers en fotografen toestemming van de Britse overheid. Onder hen geen enkele vrouw, terwijl 3 jaar eerder vrouwelijke correspondenten wel toegestaan werd om de Blitz- de hevige bombardementen op Londen eind 1940-begin 1941te verslaan…

Zodra de Amerikaanse reporters de verhalen, die ter plekke geschreven werden, voltooid hadden, werden die verzonden via radio of telefoonlijnen en kwamen terecht bij de Public Relations Officers van het Bureau of Public Relations dat een onderdeel was van het Amerikaanse leger. Zij stonden in verbinding met de correspondenten en censureerden de artikelen, want niet alles mocht getoond worden aan het thuisfront. Het oorlogsnieuws zou de mensen verontrusten. Een goede verhouding met de PRO was daarom belangrijk als de journalisten wilden dat hun verhalen toch verschenen in hun vaderland. Dat gold overigens ook voor de fotografen, als zij hun oorlogsfoto’s gepubliceerd wilden zien.

Fotojournalistiek

In de 19de eeuw werd fotografie vooral als kunstuiting gezien en zodoende had ze een grote aantrekkingskracht op vrouwen. Juist vanwege de kunstzinnigheid werd fotografie ook geschikt geacht voor vrouwen. Vrouwen uit de boven- en middenklassen hadden zich voorheen vaak bezig gehouden met aquarelleren als uiting van hun artisticiteit. Dit duurde tot het midden van de 19de eeuw, toen geleidelijk aan economische kansen voor vrouwen zich begonnen voor te doen, onder meer door de intreding van de fotografie. In de Verenigde Staten werden veel vrouwelijke fotografen gevraagd door architecten en galeriehouders om hun kunstwerken te fotograferen. Eén van de fotografen, die zo haar carrière begon, was de talentvolle Margaret Bourke-White, haar werk in de oorlog zou veel indruk maken.

Margaret Bourke -White

Margaret Bourke -White

In de Eerste Wereldoorlog begon de kentering en tijdens het interbellum groeide deze kunstvorm sterker dan ooit. De reclame deed zijn intrede en dankzij die wereld gingen foto’s een opmerkelijker plaats innemen. Vrouwelijke fotografen kregen hierdoor aanzienlijk meer mogelijkheden voor betaald werk, bijvoorbeeld in Parijs. De stad werd dan ook de fotostad bij uitstek. Die belangstelling leidde tot nieuwe technische ontwikkelingen, ondanks dat intussen de tijd van de Grote Depressie was aangebroken. Uitvindingen als flitslicht, zoomlenzen en belichtingsmeters maakten het voor de vrouwen nog aantrekkelijker om met fotograferen door te gaan en de fotografierage was niet meer te stoppen. Waren er in 1920 wereldwijd nog geen 5.000 vrouwelijke fotografen, in 1937 was dit aantal al gegroeid tot 8.000 en in de 40-er jaren kwamen daar nog eens 2.000 bij. Vooral in Amerika vermeerderde het aantal vrouwelijke fotografen razendsnel. Dat werd nog eens versterkt door de trend, die eind jaren 20 was ingezet, namelijk dat foto’s in de kranten niet langer meer zomaar een illustratie waren bij een artikel. Vanaf dat moment vertelden ze hun eigen verhaal en de foto-essays waren geboren. In 1936 begon het Amerikaanse magazine Life met het publiceren van foto-essays en dat sloeg enorm aan. In de oorlogsjaren zou één fotografe wereldberoemd worden om haar foto-essay “Europe’s Children” dat in 1943 in boekvorm verscheen. Dat was de Californische Thérèse Bonney. Haar moed en vastberadenheid, ingrediënten voor een succesvolle carrière, inspireerden veel vrouwen om hun dromen te bereiken.

In de Tweede Wereldoorlog werd de mogelijkheid aan vrouwelijke fotografen geboden om oorlogsfotograaf te worden en hun aantal nam sterk toe. Desondanks zijn, net als bij de schrijvende pers, ook deze vrouwen grotendeels onzichtbaar gebleven voor de buitenwereld, terwijl een aantal van hen indrukwekkende prestaties verricht hebben in dit vak.
Ofschoon vrouwelijke fotografen geaccepteerd werden, deden zich ook binnen de fotojournalistiek dezelfde problemen voor ten opzichte van vrouwen als bij de schrijvende journalisten die aan het front werkzaam waren. Tegenwerking door mannelijke collega’s vormde geen uitzondering. De treiterijen varieerden van het beschadigen van de negatieven tot het wegjagen uit posities en van bedreigingen tot mishandelingen. Vrouwen mochten ook geen fouten maken en als zij dit wel deden, werden die hen zwaarder aangerekend dan bij mannen het geval was. De tendens van de 19de eeuw dat mannen zich maatschappelijk konden ontwikkelen en vrouwen daarentegen slechts deugdzaam, ondergeschikt en huiselijk dienden te zijn, was nog altijd overheersend in de samenleving. Toch lieten de vrouwen zich niet uit het veld slaan en fotografeerden die zaken die door mannen dikwijls vermeden werden. Ook in de journalistieke fotografie voerde de mens de boventoon in plaats van de abstracte militaire acties. Hierdoor kregen veel foto’s een andere lading. Ze evolueerden van stille getuigen naar vertellers van indrukwekkende verhalen over het onmenselijke leed dat oorlog aanricht.


Korte biografieën:

—-> Schrijvende pers

—-> Persfotografen

—-> Radio

—-> Propaganda

Advertenties